Maastricht: ‘It’s the sun, stupid!’

Onderstaande grafiek toont de gemiddelde hoeveelheid zonlicht die elk jaar tussen 1965 en 2018 gemeten werd op station Maastricht. Dat weerstation heet weliswaar nog steeds Maastricht maar is al sinds 1950 gelegen op vliegveld Beek.

Het KNMI geeft de cijfers in J/cm2 per etmaal.  Dat is de hoeveelheid energie die gemiddeld per etmaal op 1 cm2 valt. Omgerekend naar W/m2 betekent dit dat je het aantal Joules moet delen door het aantal seconden in een etmaal (3600×24) en dan vermenigvuldigen met 10.000.

Data: KNMI

De sterke schommelingen van jaar tot jaar zijn het gevolg van verschillen in bewolkingsgraad, vooral doordat de wind niet altijd uit dezelfde hoek blaast. Zo is 2018 een jaar met meer dan gemiddelde zonne-energie in Beek: wekenlang vrijwel wolkeloos weer in de zomer zorgde daar voor.

Maar veel interessanter is de stijgende trend sinds 1980. Die is te zien aan de LOESS smoothing die ik op de jaargemiddelde cijfers heb toegepast. Sinds 1980 is de hoeveelheid zonlicht in Beek met meer dan 12% toegenomen! Een poosje geleden heb ik datzelfde al een berekend voor De Bilt en kwam toen op een toename van ongeveer 10%. Lees verder

Waterschap Limburg deel 2

In het vorige bericht heb ik laten zien dat op basis van extreme en zeer extreme etmaalsommen, gemeten op de 10 Limburgse neerslagstations sinds 1951, is niet af te leiden dat in de nabije toekomst extra maatregelen in Limburg nodig zijn.

Voor het meten van hoosbuien, kortstondige hevige buien, zijn de etmaalsommen te grof en moet gebruik gemaakt worden van stations waar de neerslag per uur gemeten wordt. Dat zijn er in Limburg drie, waarvan er twee (Arcen en Ell) nog maar relatief kort in gebruik zijn. Maastricht is al langer in gebruik en in 1951 verhuisd naar Beek, maar de stationsnaam Maastricht is behouden.

Er is bij uursommen geen officiële grens om de neerslag te kwalificeren zoals bij etmaalsommen. Ik heb als grens >= 10mm gekozen om de grafieken te maken en noem deze data ‘zware buien’. Als je de data filtert op zware buien dan hou je ook voor die jonge stations Arcen en Ell nog voldoende data over om bruikbare grafieken te maken. Het resultaat ziet er dan zo uit:


Lees verder

Waterschap Limburg wil meer geld deel 1

Website Waterschap |Limburg

Waterschap Limburg zegt veel meer geld nodig te hebben om haar taken de komende jaren te kunnen uitvoeren. Dijkgraaf Van der Broeck legt op de website van het waterschap uit hoe dat komt: “De gevolgen van de klimaatverandering treffen ons allemaal. Meer dan ooit ervaren Limburgers hoe belangrijk water is; of het nu te droog of te nat is, of het nu schoon of vies is, we hebben er allemaal mee te maken.” In de Begroting 2020 heeft Waterschap Limburg haar grootste opgaven benoemd. Dit zijn het omgaan met het veranderende klimaat, waterveiligheid langs de beken en de Maas en waterkwaliteit.  Zo investeert Waterschap Limburg de komende jaren onder andere in de hoogwaterveiligheid voor 60.000 Limburgers, het opvangen van de extreme hoosbuien door de aanleg van robuuste buffers en het verwijderen van medicijnresten uit water. Om dit mogelijk te maken zijn extra investeringen nodig en is een belastingverhoging onvermijdelijk. Een gemiddeld huishouden betaalt in 2023 zo’n 46 euro meer  dan in 2019. De komende vier jaar betekent dit een gemiddelde stijging van 1 euro per maand.” Lees verder

Pages2k deel 5: Antarctica revisited

In het voorgaande deel 4 van deze serie toonde ik aan dat de ruimtelijke dekking van de proxies op Antarctica  op basis waarvan Neukom et al concluderen dat er geen sprake was van een middeleeuwse warme periode op dit continent volstrekt onvoldoende is. In dit bericht ga ik nader in op de paper van Lüning et al (2019), ‘The Medieval Climate Anomaly in Antarctica’, die nagenoeg gelijktijdig met het artikel van Neukom et al gepubliceerd werd.

Lüning et al proberen de paleotemperatuur op Antarctica gedurende het MCA ( Medieval Climate Anomaly) in kaart te brengen aan de hand van zoveel mogelijk beschikbare wetenschappelijke onderzoeken en publicaties. Voorwaarde was dat er temperatuurdata beschikbaar moest zijn voor de  periodes 500–900 CE, 950–1250 CE (MCA kernperiode 1000-1200 CE plus foutmarge), 1250–1500 CE en 1500–1800 CE.

In totaal werden voor 60 locaties bruikbare data gevonden in de bestaande literatuur. Beperkten Neukom et al zich tot een handvol ijskerndata, Luning et at gebruikten behalve ijskernen ook data van sedimenten van mariene en meerboringen, data uit veen en ouderdomsbepaling  met behulp van gletsjermorenen en kolonies zeeolifanten.  De gebruikte typen data zijn afkomstig uit de paleontologie, anorganische scheikunde (o.a. δ18O en deuterium), organische scheikunde ( o.a. 14C,  Tex86), geofysica, sedimentologie en ijsmicroscopie.

Hoewel gletsjermorenen en zeeolifanten vooral kwalitatieve gegevens produceren is de variëteit van de door Luning gebruikte proxies te prefereren boven het gebruik van alleen ijskernen. Recent onderzoek wijst namelijk uit dat de correlatie tussen δ18O en temperatuur niet altijd sterk is en vaak een sterke ruimtelijke heterogeniteit kent. Zo toont recent onderzoek in Dronning Maud Land een hoge horizontale variabiliteit voor wat betreft δ18O en blijken stabiele zuurstofisotopen gevoelig voor veranderingen na depositie, vooral in gebieden met een zeer lage neerslag zoals Oost-Antarctica.

Bron: Lüning et al 2019

Lees verder

Biomassacentrales en de bomenleugen

Het kabinet vindt dat er nog veel meer biomassacentrales bij moeten komen dan de 42 (!) die er nu al staan. Meer dan 11 miljard subsidie werd er toegekend voor deze vorm van energieopwekking.  Bij PAUW (video hierboven) zaten gisteren weerman Reinier van den Berg en Olof van der Gaag (directeur Nederlandse Vereniging Duurzame Energie) om uit te leggen waarom die biomassacentrales verschrikkelijk/prachtig zijn.  En ook waren er de ervaringen van bewoners die in de nabijheid zo’n ‘duurzame’ centrale wonen.

Opvallend was dat Reinier, die toch een klimaatalarmist eersteklas is, gehakt maakte van die zogenaamde duurzame centrales. Heel goed Reinier! Als je daarna gaat vertellen welke klimaatrampspoed ons wacht als we niet snel wat doen vergeef ik je dat voor een keer 😉 .

Olof van der Gaag zat duidelijk in de ontkenningsfase: “Nee, er gaat geen enkele boom die centrales in”. Zag ik nou zijn neus wat langer worden? Overigens lijkt me dat de komende biomassacentrales makkelijk kunnen worden tegengehouden door omwonenden want ze stoten ongetwijfeld veel stikstofoxiden uit. Zegt het voort.

Kijk de video hier

Tropische dagen in De Bilt

Naar aanleiding van het bericht van enkele dagen geleden over de ‘correctie’ van de zeer hete dagen in Australië  heb ik twee grafieken gemaakt van de gevolgen van de homogenisatie van De Bilt op het aantal tropische dagen (>=30 °C) van 1901 t/m 2018. Goed te zien is dat de homogenisatie de periode 1-1-1901 tot 1-9-1951 beslaat. Ook van het zeer warme jaar 1947 blijft weinig meer over:

Stikstofprobleem 4


In het vorige bericht over de stikstofproblematiek heb ik laten zien wat de uitkomsten waren van de tijdelijke NH3-metingen aan de rand van LOG De Rips. De meetwaarden van Vredepeel waren lager dan van de Blaarpeelweg, maar hoger dan van de Klotterpeellaan:

Data: RIVM

Lees verder

Australië wordt steeds heter


Tot voor kort had het Australische Bureau of Meteorology  bovenstaande grafiek op zijn website staan. De grafiek toont het aantal ‘very hot days’ per jaar vanaf 1910 t/m 2016.  En ‘very hot’ betekent in Australië temperaturen van meer dan 40 °C. Het jaar 1952 spande jarenlang de kroon met bijna 22 hete dagen. En plotseling was de grafiek vervangen. Niet alleen waren 2017 en 2018 toegevoegd, maar de hele grafiek was gewijzigd.  Joanne Nova berichtte daarover op haar website.

U ziet hier een animatie van de verschillen:

Dat was het resultaat van het opschonen van de meetgegevens bij de overstap van de ACORN-1 meetreeks naar ACORN-2. Dat opschonen heet in het Engels ‘adjustment’, ook wel ‘correctie’ of homogenisatie genoemd. De gevolgen van de homogenisatie van de temperaturen in De Bilt door het KNMI op het aantal hittegolven is uitgebreid beschreven in het rapport ‘Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven’.

De oorzaken in De Bit waren complex, maar kort gezegd vooral het gevolg van een mankerende vergelijking met het meetstation Eelde en de gehanteerde statistische methode, Percentiel Matching Methode.  Die lijkt ongeschikt te zijn om extreme temperaturen te corrigeren. Hoe de correcties in Australië zijn gegaan is me nog niet bekend. Het gevolg van de Australische ‘adjustment’ is in elk geval dat er daardoor plotseling een stijging waarneembaar is in het aantal hete dagen vanaf 1910, een stijging die er tot voor kort niet was.

Mooi Brabant?


De gemeente Oss heeft grote ambities op het gebied van duurzaamheid. Het wil tot de top 3 van duurzame gemeentes in Brabant gaan behoren. Er zijn concrete plannen voor met name tientallen windmolens met piekhoogtes tot wel 250 meter hoogte. Ter vergelijking: de St. Jan in Den Bosch is 73 meter hoog en het provinciehuis 104 meter.

Kees Remi, inwoner van Oss, die zich zorgen maakt over de plannen en daar ook vragen over stelt bij de gemeente, organiseert op woensdag 6 november aanstaande, in samenwerking met de dit jaar opgerichte Stichting Climate Intelligence (CLINTEL), een informatieavond in De Pas te Heesch.

Remi: “B&W verwijzen in elke discussie naar de verplichtingen in de zogenoemde Regionale Energiestrategie, afgekort RES, en het landelijke klimaatakkoord. Ik heb sterke twijfels bij de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen maar een open gesprek daarover is binnen de gemeente nagenoeg onmogelijk. De gemeenteraadsleden stemmen unaniem voor windenergie en verwijzen voor de beantwoording van vragen naar B&W. Daarom nodig ik burgers uit om ook de andere kant van het verhaal eens aan te horen. Maar uiteraard zijn ook vertegenwoordigers van de gemeente en van de betrokken projectontwikkelaars van harte welkom.”

Voor het programma en hoe zich kunt aanmelden voor de informatie-avond klikt u op de link van mede-organisator Clintel.  Zegt het voort!