KNMI moffelt hittegolven van vóór 1950 nog steeds weg

Een Nederlandse hittegolf wordt gemeten op station De Bilt en is een aaneengesloten periode van minimaal 5 dagen waarbij de maximumtemperatuur minimaal 25 graden Celsius is (zomerse dagen). In deze periode moet op minstens drie dagen de maximumtemperatuur minimaal 30 graden zijn (tropisch). Dat gaan we niet redden vrees ik. Gezien de langetermijnverwachtingen van de temperatuur in De Bilt  is de kans groot dat 2022 de boeken ingaat als een jaar zonder hittegolven, net zoals overigens 2021.

Toch  stonden de alarmbellen de afgelopen paar dagen hard te rinkelen, code oranje werd afgegeven en ongetwijfeld was het ook een ‘hot item’ in de diverse praatprogramma’s op tv. Van diverse kanten werd me erop gewezen dat ook het KNMI in het NOS-journaal flink alarmistisch bezig was geweest. Een mevrouw van het KNMI beweerde zelfs dat warme dagen tegenwoordig 4 graden warmer zijn dan vroeger. Dat leek me sterk, dus ik dook in de cijfers.

Tab.1   Bron: KNMI

De tabel is afkomstig van de KNMI website. Die tabel laat in de eerste helft van de vorige eeuw slechts 7 hittegolven zien, de resterende 22 hittegolven zijn van latere datum. Trouwe lezers van deze website weten dan wat er aan de hand is: het KNMI maakte bij het maken van de tabel  nog steeds gebruik van de ’gecorrigeerde’ data  zoals ze die in 2016 hebben vastgesteld. Het KNMI meende in dat jaar de gemeten dagtemperaturen  van 1901 tot 1 september 1951 van station De Bilt te moeten bijstellen. En bijstellen betekende voor dat station dat de hoogste etmaaltemperaturen, Tx genaamd, tot wel 2 graden naar beneden werden bijgesteld. Daardoor werd de periode 1901-1951 kouder en werd  het aantal hittegolven t/m 1950 teruggebracht van 23 tot slechts 7 stuks. Vanaf dat moment heeft het KNMI geen kans onbenut gelaten om met die bijgestelde temperaturen te laten zien dat het aantal hittegolven na 1950 veel groter was dan vóór 1950.


Figuur 1    Bron: Rapport ‘Het raadsel van de verdwenen hittegolven

Figuur 1 toont grafisch wat die ‘correctie’ of ‘homogenisatie’ van de temperaturen van De Bilt voor gevolgen heeft gehad op het aantal hittegolven tot 1950. De gele staven geven het aantal hittegolven weer t/m 1950, vóór en na die homogenisatie. Vanaf 1951 (hier tot 2018)  is er geen correctie toegepast (grijze staven).

Omdat het naar beneden brengen van het aantal oude hittegolven van 23 naar 7 stuks volstrekt ongeloofwaardig was ben ik destijds samen met een drietal andere onderzoekers een onderzoek gestart naar die homogenisatiepraktijken van het KNMI. Dat mondde uit in een rapport dat ‘Het raadsel van de verdwenen hittegolven’ als titel heeft. Dat zou zomaar een titel van een nieuwe Kuifje kunnen zijn, ware het niet dat het -helaas- werkelijkheid is.

Fig.2    Bron: Springer

In 2021 kwamen Dijkstra et al met een peer reviewed publicatie over die homogenisatie van het KNMI, getiteld ‘Reassessment of the homogenization of daily maximum temperatures in the Netherlands since 1901’.

Daarin werd onderzocht hoe gevoelig de uitkomsten van die homogenisatie zijn voor een aantal keuzen die bij de statistische procedure door het KNMI zijn gemaakt. Het gaat daarbij om de keuze van de referentiestations, de lengte van temperatuurreeksen, de berekening van de statistische verdeling van de hoogste dagtemperaturen per maand en de manier waarop uitschieters in de data worden afgevlakt.

Fig.3    Bron: Dijkstra et al 2021

Dijkstra et al vonden dat het KNMI bijna alle keuzes in het homogenisatietraject zodanig genomen had, dat de uitkomst wel móest leiden tot maximale bijstelling naar beneden van hoogste temperaturen. Dát was de voornaamste oorzaak van het feit dat De Bilt maar liefst 16 van zijn 23 hittegolven van vóór 1951 verloor.

De auteurs van de publicatie vroegen over hun bevindingen een gesprek aan met het KNMI  maar dat werd geweigerd.  Alle traditionele media in ons land zwegen over die publicatie, alleen journalist Peter Baeten  van De Andere Krant wijdde er een artikel aan.  Hij zocht contact met het KNMI en vroeg om een reactie op de publicatie van Dijkstra et al, die vernietigend was voor de werkwijze van het KNMI. De reactie van het KNMI:

Mooie woorden, maar intussen gaat het KNMI dus blijkbaar gewoon door met het gebruiken van die foute temperaturen bij publieksvoorlichting zoals over hittegolven. Om een goed beeld te krijgen van de klimatologische ontwikkeling van extreme temperaturen in Nederland kun je als gerenommeerd instituut domweg geen gebruik meer maken van die ‘gecorrigeerde’  temperaturen is wetenschappelijk aangetoond, want die deugen niet.

Fig. 4    Bron: KNMI TR356

Figuur 4 toont het aantal hittegolven per jaar van 1901 t/m 2015, in de bovenste grafiek gebaseerd op de gemeten temperaturen, in de onderste op de gehomogeniseerde temperaturen. De grafiek is afkomstig uit het technische rapport TR356 van het KNMI. De homogenisatie van de extreme temperaturen tussen 1 januari 1901 en 1 september 1951 heeft geleid tot een afname van het aantal hittegolven van 23 naar 7 stuks. Ik dook in de data en maakte wat grafieken.

Fig.5    Data: KNMI

Figuur 5 toont het aantal hittegolven per jaar gebaseerd op de gemeten temperaturen t/m 19 juni 2022. Goed te zien is dat er sprake is van twee periodes met hittegolven, van 1911 t/m 1950 (23 hittegolven) en van 1975 t/m 2020 (25 hittegolven). De jaren vóór 1911 en van 1951 t/m 1974 waren relatief koele jaren waarin hittegolven afwezig waren. Die golfbeweging in de grafiek die we ook verderop nog zullen tegenkomen, is een bekend verschijnsel en wordt onder andere veroorzaakt door cycli in de Atlantische Oceaan en luchtcirculatiepatronen.

Fig.6    Data: KNMI

Zonder tropische dagen geen hittegolven. Daarom  toont figuur 6 het aantal tropische dagen (maximum dagtemperatuur ≥ 30 °C) van 1901 tot nu. Opvallend zijn de jaren 2018 t/m 2020 met relatief veel tropische dagen, tot zelfs 12 tropische dagen in het jaar 2020. Met daarna 2021 met slechts 1 tropische dag en 2022 met tot nu toe 2 tropische dagen. Het signaal is erg grillig en het golfpatroon is goed zichtbaar.

Fig.7    Data: KNMI

Figuur 7 laat van de tropische dagen voor elk jaar de hoogste temperatuur zien (Txx). De lineaire trend van 1901 tot heden is 1,2 °C. In een opwarmend Nederland de afgelopen decennia is het logisch dat de warmste dagen dan ook warmer worden. Toch is die trend van 1,2 °C opvallend laag als je die vergelijkt met de temperatuurstijging in Nederland vanaf 1901, die namelijk zo’n 2 °C is. De hoogste temperaturen zijn dus minder snel gestegen dan de gemiddelde temperatuur.

Klimaatwetenschapper Karin van het Wiel beweerde echter in het NOS-journaal van 19 juli 2022: “Warme dagen zijn al 4 graden warmer dan vroeger”. Zie dat journaal hier. Die 4 graden die de KNMI wetenschapper noemt zijn in elk geval niet terug te vinden in de grafiek van figuur 7, maar wellicht in andere cijfers. Ik zoek verder.

Fig.8    Data: KNMI

In figuur 8 heb ik alle 403 tropische dagen (≥ 30 °C ) die we vanaf 1901 tot heden in De Bilt gehad hebben op een rijtje gezet. Rechts zien we de hoge stippen van 2018 t/m 2020 terug. De rode streepjeslijn is de lineaire trendlijn, de formule daarvan staat linksboven in de grafiek. De maximum temperatuur van alle tropische dagen in De Bilt toont een trend van 0,44  °C over de periode 1901 t/m 19 juli 2022. Dat is nog veel lager dan de trend van figuur 7. Bovendien is die trend (α= 0,05) niet significant.

Fig.9    Data: KNMI

In de grafiek van figuur 9 zijn de maximum etmaaltemperatuur (Tx) van alle 44.399 etmalen sinds 1 januari 1901 op een rijtje gezet. De lineaire trend is hier 1,33  °C, vergelijkbaar met de trend van figuur 7.

In bovenstaande grafieken heb ik gepoogd die 4 graden opwarming terug te vinden, maar dat is niet gelukt. Hoe kwam Karin van het Wiel van het KNMI er in het NOS-journaal dan bij om te stellen dat warme dagen momenteel 4 graden warmer zijn dan vroeger? Het antwoord op die vraag bleek uiteindelijk verbluffend eenvoudig te vinden op de website van het KNMI. In het artikel met de kop “Warmste dag van het jaar nu 4 °C warmer dan rond 1900 ” refereren de schrijvers aan de laatste publicatie van de bekende KNMI wetenschapper Geert Jan van Oldenborgh. Daarin wordt deze grafiek getoond:

Fig.10    Bron: Oldenborgh et al

De auteurs van die publicatie baseerden hun grafiek in figuur 10 op de jaarlijkse Txx van De Bilt, de hoogste maximum temperatuur van elk jaar. Trek je door die grafiek een lineaire trendlijn dan is de trend van Txx 3,5 °C. Soepeltjes naar boven afgerond kom je dan op 4 °C.

In figuur 7 heb ik hetzelfde gedaan, namelijk de hoogste Tx per jaar in een grafiek gezet. Ik kwam in die grafiek niet verder dan een lineaire trend van  1,2 °C over de gehele periode. Hoe is dat verschil te verklaren? Eenvoudig: Oldenborgh et al maakten gebruik van de gehomogeniseerde data van het KNMI. Daarvan is inmiddels in de wetenschappelijke literatuur vastgesteld (Dijkstra et al) dat door de homogenisatie de extreme temperaturen van voor 1950 in De Bilt veel te sterk zijn gecorrigeerd. Helaas konden van Oldenborgh et al toen ze hun publicatie instuurden (juni 2021) nog niet bekend zijn met de publicatie van Dijkstra et al.

Conclusie: Het KNMI zaait onnodig klimaatangst. Dat doet ze onder andere door gebruik te maken van achterhaalde en onjuiste gehomogeniseerde data, waarvan ze zelf heeft toegezegd die op korte termijn te verbeteren. Met uitspraken op het NOS-journaal als  “Warme dagen zijn al 4 graden warmer dan vroeger” en een kop op de KNMI website van “Warmste dag van het jaar nu 4 °C warmer dan rond 1900” negeert het KNMI recent wetenschappelijk inzicht. Door bovendien voortdurend de nadruk te leggen op de rol van CO2 negeert ze andere verklarende factoren zoals langjarige natuurlijke cycli en de sterk toegenomen kortgolvige instraling in Nederland in de afgelopen decennia. Zullen we bij de volgende warme dag weer gewoon gaan doen?