Het KNMI reageert (niet) op ons homogenisatierapport

Vandaag heeft het KNMI een nieuwsbericht op haar site gezet met als titel :  “Homogenisatie zorgt voor betrouwbare temperatuurreeksen”. Omdat we twijfels hadden over die betrouwbaarheid van de homogenisatie van De Bilt hebben we in een team van 4 mensen het afgelopen half jaar die homogenisatie doorgespit.  Onze conclusie was dat de homogenisatie van De Bilt juist voor onbetrouwbare cijfers gezorgd heeft.

Het rapport is nog steeds te downloaden.

In het nieuwbericht schrijft het KNMI onder andere: “ Deze studie naar het effect van verplaatsingen op het KNMI terrein laat samen met de nu in Meteorolgica verschenen studie naar het effect van de verandering van type hut zien, dat de met behulp van station Eelde gevonden correcties realistisch zijn. Datzelfde blijkt ook uit een vergelijking van De Bilt met de andere vier hoofdstations die onafhankelijk van De Bilt gehomogeniseerd zijn. Van alle vijf stations zijn de temperatuurtrends na homogenisatie vergelijkbaar. “ Lees verder

De homogenisatie van De Bilt in enkele figuren

Vorige week hebben we ons rapport uitgebracht over de homogenisatie van de dagelijkse temperaturen van De Bilt.  Dat rapport is erg technisch, daar is niet aan te ontkomen bij een dergelijk onderwerp. Van diverse kanten werd gevraagd om een figuur waarin de belangrijkste bevindingen duidelijk staan weergegeven. Maar een toelichting moet er nog steeds bij.

Het KNMI heeft gemeend de gemeten etmaaltemperaturen van station De Bilt van januari 1901 tot september 1951 te moeten corrigeren. De correcties die het KNMI heeft toegepast zijn het sterkst voor Tx (de maximum etmaaltemperatuur) en dan vooral op warme dagen. Die correcties lopen op tot een afkoeling van maximaal 1,9 °C. Lees verder

Offshore windparken steeds minder aantrekkelijk

Foto: Ad Meskens

Het Financieele Dagblad interviewde de CEO van Boskalis, Peter Berdowski. Offshore wind lijkt een groeimarkt, maar Berdowski, gelooft er niet zo in. Hij zegt: ‘Boskalis blijft voorzichtig met offshore wind. De risico’s en het rendement zijn onverantwoord uit balans.

De komende jaren moet in de Noordzee een reeks windparken worden gebouwd. Dat vergt miljardeninvesteringen, die voor een deel worden bekostigd met subsidies. Berdowski: ‘Offshore wind staat onder grote druk. Van tijd en prijs. Het zijn grote parken die snel geleverd moeten worden.

Als de journalist van het FD hem vraagt wat er moet gebeuren antwoordt de CEO van Boskalis: ‘Ik ben geen beleidsmaker. Dit is mijn analyse van de markt. Een kritische kanttekening bij de euforie. Rendementen wegen niet op tegen de risico’s. De afbouw van subsidies trekt een bloedspoor. Offshore wind wordt zo een afgrijselijke industrie.’

Nou, dat lijkt me duidelijk.  Maar we gaan er de komende jaren eerst nog heel veel belastinggeld in pompen als het aan de voorstanders van de klimaatwet ligt.

Lees het hele artikel in het FD hier door een gratis profiel aan te maken.

 

Weergoden versus klimaatmammon

Het begin van de dag viel me niet mee: pagina 1 t/m 3 vol ‘klimaatnieuws’. Die windmolens laat ik even voor wat ze zijn (dappere Drenten!), ik kijk naar de verregende klimaatmars gisteren in Amsterdam. Die 35.000 deelnemers is veel, maar de aantallen halen het natuurlijk niet bij de antikruisraketmarsen in 1981 (400.000) en 1983 (550.000). En zeker niet bij het aantal mensen dat om allerlei redenen thuis bleef, meer dan 17 miljoen. Zijn die kruisraketten er overigens nog? Daar hoor je nooit meer wat over.

Een reden om thuis te blijven was misschien het slechte weer, alhoewel een echte ‘strijder’  zich daar niet door laat tegenhouden lijkt me. Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding, heet het. In mijn krant schrijft de journalist van dienst: “Zijn de bakken regen tijdens de grootste Nederlandse klimaatmars ooit ook het gevolg van klimaatverandering? Dat kan een leek niet met zekerheid stellen.”  Dus ik keek maar eens naar de neerslag en ook maar meteen naar de windsnelheid. Lees verder

De Telegraaf en het homogenisatierapport

Bron:  De Telegraaf

De hoofdredacteur van De Telegraaf, Paul Jansen, heeft een rubriek waarin hij beschrijft waarom sommige artikelen niet in de krant opgenomen worden en andere wel. De zogenaamde nieuwsregisseur beslist daar over.

Jansen schrijft:  “Een verhaal dat deze week de krant niet haalde, betrof het donderdag gepubliceerde onderzoek naar de aanpassing van historische temperatuurwaarden door het KNMI. Door die aanpassing verdwenen hittegolven uit de eerste helft van de vorige eeuw uit de boeken, waardoor de opwarming volgens critici nu erger lijkt dan het is. Dat klinkt spectaculair. Echter, het KNMI heeft een plausibele verklaring voor de correctie – de meethut was in 1950 verplaatst en bleek nadien lagere waarden te meten omdat die meer aan de elementen werd blootgesteld. Die verklaring kon niet worden weerlegd.”

Dat is heel bijzonder: het hele rapport gaat namelijk juist over het weerleggen van die ‘plausibele’  verklaring. En die weerlegging  is de uitkomst van een lastig statistisch onderzoek. Zelfs in klimaatstatistiek geoefende lezers van het rapport zullen enige tijd nodig hebben om zich de stof eigen te maken.

Het zou daarom bijzonder zijn als de nieuwsregisseur van De Telegraaf de materie in korte tijd (1 dag) onder de knie zou hebben gekregen. Ik denk echter dat het anders in elkaar steekt. Een woordvoerder van het KNMI heeft naar de krant gereageerd en heeft verteld wat in het stukje van Paul Jansen aangehaald wordt, namelijk   “de meethut was in 1950 verplaatst en bleek nadien lagere waarden te meten omdat die meer aan de elementen werd blootgesteld.” De onwetende nieuwsredacteur heeft gedacht dat dit het einde van het verhaal was in plaats van het begin en vond deze vermeende conclusie voldoende  om het rapport te weerleggen. Dus kwam het artikel niet in de krant. Die mededeling van de KNMI-medewerker was juist de aanleiding voor ons onderzoek!

Deze absurde kwestie geeft een aardig inkijkje in de kwaliteit van nieuwsgaring. Werkt er bij De Telegraaf dan geen enkele persoon die wél begrijpt waar het rapport over gaat?  Vast wel, de journalist die vaker in de krant over klimaatkwesties schrijft is aardig op de hoogte van de materie lijkt me.

En dan kan er nog een ander ding meespelen: het KNMI is een autoriteit, maar wie zijn in ’s hemelsnaam die 4 auteurs van het rapport? Tja, daar kunnen we niet tegenop, behalve dat je hoopt dat men nieuwsgieriger is naar de inhoud van het rapport dan naar de antecedenten van de schrijvers. Overigens valt het denk ik met die antecedenten wel mee hoor.

U kunt nog steeds het homogenisatierapport downloaden via de downloadpagina.

Klimaatseminar

Volgende week donderdag is er in Amsterdam een klimaatseminar met een paar interessant sprekers zoals Richard Tol en Nick Lewis. Frans Dijkstra, Jan Ruis en ik treden dan ook op om ons rapport genaamd  ‘Het Raadsel Van De Verdwenen Hittegolven’ wereldkundig te maken. En natuurlijk Marcel Crok, maar die is dan dagvoorzitter. Even kijken op deze link van de Groene Rekenkamer.

De kosten zijn €35,-, maar als je jong bent mag je al voor € 10,- naar binnen. ’t Kos wâh maor dan heddôk wâh zeggen ze hier in de buurt.

Diezelfde avond zal ik op mijn website een link plaatsen naar ons rapport zodat u dit gratis kunt downloaden.

 

Hoge februari-temperaturen

Het was de afgelopen dagen prachtig weer, met ’s middags temperaturen die het in grote delen van het land mogelijk maakten om op beschutte plaatsen van het zonnetje te genieten. Zaterdag 16 februari was de maximum temperatuur (Tx) in De Bilt 13,3 °C, een dagrecord. Het breken van zo’n dagrecord is overigens geen hele grote prestatie.  Alleen al voor wat de dagtemperaturen in De Bilt betreft zijn er meer dan 1000 van dergelijke records te verbreken.

Bron: KNMI

Hierboven ziet u de grafiek van de februaritemperaturen in De Bilt tot nu toe. Op zondag 17 februari werd het in De Bilt zelfs 15,1 °C, de hoogste temperatuur van de afgelopen dagen.  Maar dat werd geen record want op diezelfde datum in 1961 werd het 16,4 °C en in 1950 was het 15,6 °C. Die laatste temperatuur, de Tx van 17 februari 1950, was tot voor kort zelfs 15,9 °C.  Maar het KNMI heeft een paar jaar geleden gemeend om de gemeten temperaturen van De Bilt tussen 1901 en 1951 te moeten ‘corrigeren’. Zo’n correctie noemt men ‘homogenisatie’.

Gisteren 18 februari werd het in De Bilt 14,6 °C.  De Volkskrant schrijft vandaag dat dat een evenaring is van het dagrecord uit 1920.  Dat klopt, als je althans de gehomogeniseerde temperaturen van De Bilt gebruikt. Kijk je naar de ongehomogeniseerde (dus de gemeten) maximum temperaturen dan blijkt het op 18 februari 1920 zelfs 14, 9 °C geweest te zijn.  En op 18 februari 1950 14,8 °C.

Over een paar weken komt het rapport uit dat ik samen met een paar andere mensen geschreven heb over die homogenisatie van de temperaturen van De Bilt. Eén ding is intussen duidelijk: die ‘correctie’  door het KNMI van de temperaturen van De Bilt is ontegenzeggelijk een overcorrectie geweest.  Voorlopig hou ik het dus bij de ongehomogeniseerde gegevens, dus de gemeten data.  Als je heel goed zoekt op de site van het KNMI kun je die ongehomogeniseerde temperaturen hier vinden.

Zoekt u gewoon naar de daggegevens van De Bilt dan wordt u automatisch naar de gehomogeniseerde data van het KNMI geleid. Het is maar dat u het weet.