China grote winnaar klimaattop

Wetenschapsjournalist Edwin Timmer van de Telegraaf sprak met Rupert Darwall, een Britse schrijver die klimaattoppen zoals die in Glasgow niet bekijkt vanuit het klimaatperspectief maar van uit een geopolitieke invalshoek. “De klimaathysterie beneemt ons het zicht op de werkelijkheid. Als zelfs onze eigen elite en militaire top meent dat klimaat de grootste bedreiging vormt voor onze staatsveiligheid, dan is dat dus niet de rivaliteit met China.”

Darwall benadrukt dat die doelen van 1,5 en 2 graden als maximaal toelaatbare opwarming geen wetenschap zijn. Ik heb daar al eens over geschreven. Die doelen komen van Europese ambtenaren. In Parijs werd het op aandringen van kleine eilandstaten uiteindelijk 1,5 graad. Onzin, bovendien zijn de meeste van die eilanden atollen, waarvan de koralen meegroeien met de zeespiegelbewegingen.

Timmer vraagt waarom er zo weinig discussie is over die groen koers. Darwall vertelt over de ’zwijgspiraal’, een theorie van de Duitse opiniepeiler Elisabeth Noelle-Neumann. Ze stelde dat de elite een opinie kan opleggen aan een samenleving en elk debat kan smoren, juist omdat de meeste mensen niet graag afwijken. Darwall: “Er is amper discussie over of ons doel van ’net-zero’ verstandig is, en geen discussie over of, een deel van, de wetenschap achter klimaatrapporten misschien verkeerd wordt weergegeven of verdraaid.”

We zitten volgens Darwall in de eerste energiecrisis van de energietransitie. De prijzen zijn enorm gestegen, terwijl we onze energieopwekking juist afhankelijker aan het maken zijn van veranderlijk weer. Klimaatconferenties bestaan uit twee dingen: de onderhandelingen waar niemand veel aandacht aan besteedt en een groene kermis. Op die groene kermis zijn ze allemaal. Darwall: “ … groene ngo’s, activisten, onderhandelaars, wetenschappers, en vooral mainstream media. En niet te vergeten ambtenaren van milieuministeries en lobbyisten voor hernieuwbare energie. Dat geheel vormt het klimaat-industrieel complex. Het voedt zich met groene subsidies en het beeld van een klimaat-apocalyps. Daarom ligt de focus altijd op de meest extreme klimaatscenario’s.”

Tegengif

Fig.1    Bron: Wyniasweek

Bovenstaande kop met foto is afkomstig uit het artikel dat Jacques Hagoort vandaag publiceerde in Wyniasweek. Het is zijn reactie op het begin deze week uitgebrachte rapport “Klimaatsignaal’21”  waarin het KNMI probeert te duiden wat de implicaties zijn van het IPCC rapport AR6 voor Nederland. Ik concludeerde op de dag  dat het KNMI-rapport uitkwam dat de zeespiegelprojectie van minstens 120 cm in 2100 volstrekte waanzin is, zie hier.

Jacques Hagoort, voormalig hoogleraar aan de TU Delft, heeft behalve die zeespiegelprojecties ook nog wat andere delen van het KNMI-rapport geanalyseerd. Bovenstaande kop in figuur 1 is zijn  conclusie.

U kunt Jacques’ artikel hier  lezen. Het is een uitstekend tegengif tegen de tsunami aan flauwekulberichten rond de klimaattop in Glasgow die ons deze dagen overspoelt. Het rapport “Klimaatsignaal’21”  is het Koninklijk Instituut in De Bilt volstrekt onwaardig.

Gasperikelen

Fig. 1   Aanleg hoofdgasleiding voor hoogcalorisch aardgas nabij Kempen (2019, NRW, Duitsland)

Sinds kort ben in ‘geabonneerd’  op de emails van Eduard Harinck. Die emails gaan over klimaatverandering, energie en alles daar rond omheen. Vanmorgen vond ik weer een email in mijn postbus, ditmaal over ‘van het gas af’ met een interessant antwoord van prof. David Smeulders van  TU Eindhoven. Smeulders is hoogleraar energietechnologie en vaak bereid zijn kennis op dat gebied te delen met burgers. Ik heb al vaker geschreven over dat aardgasbeleid van de Nederlandse overheid, onder andere hier.

Omdat ik u graag wil laten delen in de visie van Smeulders heb ik netjes gevraagd om het emailgesprek over het gas te mogen delen:

27 oktober 2021               Beste Eduard, ik heb zojuist gereageerd op de Warmtevisie van Woerden en ook de warmtewet genoemd, waarvoor Prof. Dr. Smeulders steeds waarschuwt. Klopt mijn veronderstelling dat op grond van deze uitspraak (zie link) gemeentes niet zomaar een warmtesysteem voor lange tijd aan wijken kunnen opleggen? Verplicht en met 1 leverancier? De consument staat weer centraal lees ik, dus je kunt dit aanvechten?  https://www.vemw.nl/Nieuwsoverzicht/2021-10-14-Rechtsbescherming-besluitvorming-consument.aspx

Misschien kun je deze mail doorsturen? Mijn reactie bevat verder ook een waarschuwing van Dhr. Smeulders inzake de toename van CO2 door te snelle elektrificatie van de samenleving, de warmtevisie kijkt helemaal niet naar leveringszekerheid. https://vng.nl/artikelen/gasvrije-woningen-meer-co2-uitstoot

 Dank je wel, vriendelijke groet, Brigitte

27 oktober 2021               Hoi David, kun jij ons, leken, een beetje de weg wijzen svp?

Tks, Eduard

27 oktober 2021               Op het moment is het (gelukkig) nog steeds zo dat mensen niet gedwongen van het gas gehaald kunnen worden. Zelfs als de hele straat overgaat op warmtepompen zal de overheid voor de ene consument die dit niet wil, gas moeten blijven leveren. De nieuwe warmtewet die op stapel stond zou dit gaan veranderen; de gemeente zou dan via het bestuursrecht (waarmee ook bijvoorbeeld bestemmingsplannen worden vastgesteld) ‘warmtekavels’ gaan vaststellen waarbij de gemeente zou gaan bepalen hoe daar de warmte zou worden geleverd. Net zoals de gemeente bijvoorbeeld in een bestemmingsplan de maximale bouwhoogte vaststelt. Als consument heb je dan geen keuzevrijheid meer, en eventueel bezwaar maken strandt dan bijna altijd bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State.

Gelukkig is die nieuwe warmtewet nu van tafel wegens grote bezwaren van allerlei partijen. Maar uitstel is geen afstel, de keuzevrijheid van de consument staat onder druk in het kader van de noodzakelijk geachte klimaatmaatregelen. Ik zal in ieder geval de belangen van de consumenten proberen te blijven beschermen.

Groet, David Smeulders

27 oktober 2021  Hoi David, Heel hartelijk dank voor snelle reactie. Bezorgden zijn in CC ingelicht.

Vriendelijke groet, Eduard

28 oktober 2021               Dag Eduard,  ik heb al een aantal malen op klimaatgek.nl geschreven over aardgas, zie o.a. hier https://klimaatgek.nl/wordpress/2018/06/28/van-het-gas-af/ . Mag ik onderstaande email-uitwisseling met links  gebruiken voor mijn website, zodat meer mensen over dit onderwerp geïnformeerd worden?

Vriendelijke groet, Rob

28 oktober 2021               Beste Rob, denk niet dat David Smeulders hier bezwaar tegen zal hebben. Geef hem even de tijd om dit te bevestigen !

Groet, Eduard

28 oktober 2021               Vind je het goed als ik nog een vraag stel? Mijn vraag had betrekking op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, en ze zullen gerust voortgaan met onzalige ideeën  om inwoners van alles te verplichten. Betekent deze uitspraak een bescherming van de Nederlandse consument?

Brigitte

28 oktober 2021               Geen probleem. Ik moet overigens opmerken dat de ingezonden brief in de Volkskrant van destijds [ zie voor die brief  https://klimaatgek.nl/wordpress/2018/06/28/van-het-gas-af/ ]  uitgaat van stroom opgewekt met kolencentrales. De energiemix in inmiddels radicaal anders, we gebruiken nu 60% aardgas om stroom op te wekken. We gaan dus van het gas af en stappen over op stroom die met gas wordt opgewekt (‘met gas van het gas af’).  Dit kan overigens CO2 gezien voordelig zijn als je warmtepompen met een hoog rendement (hoge COP) installeert, die de omzettingsverliezen in de elektriciteitscentrale goedmaken. Maar ja, die zijn lawaaierig, en zorgen voor nog meer belasting van het al overbelaste elektriciteitsnet. Vandaar dat ik altijd pleit voor een geleidelijke warmtetransitie, geen paniekerige sprong in het duister.

Groet, David Smeulders

28 oktober         [ antwoord aan Brigitte]  Ik ben geen jurist, maar ik denk het wel. Rechtsbescherming van de burger lijkt op het moment beter geborgd in het Europese Hof dan in Nederland zelf, zie ook de recente uitspraak over windmolens (Nevele arrest), die de Raad van State toen wel moest volgen.

Groet, David

Richard Lindzen

“Is het verstandig te luisteren naar iemand die decennialang hoogleraar Atmosferische Studies aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) is geweest? Iemand die lid is van de Amerikaanse National Academy of Science, van de American Academy of Arts and Sciences, die betrokken is bij de American Meteorological Society, de American Geophysical Union, de American Association for the Advancement of Science? Het lijkt me verstandig om te luisteren. Hij heet Richard Lindzen, en gezien zijn wetenschappelijke publicaties, zijn positie bij het MIT, en zijn humor, volg ik zijn werk met interesse.”

Zo begint de column van Leon de Winter in de Telegraaf van gisteren. Het uitstekende artikel van prof. Richard Lindzen waarop De Winters column is gebaseerd, is vrijelijk te lezen.  Klik op deze link.

 

Brief aan het IPCC


Aan de vooravond van de klimaattop in Glasgow hebben Clintel en het Irish Climate Science Forum een brief gestuurd aan de voorzitter van het IPCC, dr. Hoessung Lee. Het 17 pagina’s tellende document bevat de kritiek van onderzoekers op de Summary for Policymakers van het laatste IPCC rapport, AR6. Beide organisaties zijn van mening dat de SFP van het IPCC-rapport op zes belangrijke deelgebieden een verkeerde voorstelling van zaken geeft van de meest recente objectieve klimaatwetenschap:

  1. 1. Het is niet “onmiskenbaar” dat alleen de invloed van de mens de planeet heeft opgewarmd; de waargenomen bescheiden opwarming van ~1°C sinds 1850-1900 is het gevolg van een tot nu toe onopgeloste combinatie van antropogene en natuurlijke invloeden.
  2. 2. De nieuwe “hockey-stick” grafiek (Fig SPM.1), die we gedetailleerd hebben geanalyseerd, is een samenraapsel van ongelijksoortige indicatoren uit verschillende perioden van de afgelopen 2000 jaar, die niet de tussenliggende welbekende temperatuurvariabiliteit erkennen, bijvoorbeeld van de Romeinse en Middeleeuwse Warme periodes en van de Kleine IJstijd.
  3. 3. Het vóórkomen van zogenaamde “extreme weersomstandigheden” wordt in het SPM ten onrechte verkeerd weergegeven vergeleken met het hoofdrapport waarin voor vele categorieën geen statistisch significante trends kunnen worden vastgesteld.
  4. 4. De ontwikkelingen in de cryosfeer worden in het SPM verkeerd weergegeven: met name wordt opgemerkt dat er de afgelopen 15 jaar vrijwel geen trend in het Arctische zee-ijs te zien is.
  5. 5. Ook de ontwikkelingen in de oceanen worden in het SPM verkeerd voorgesteld; met name de waarschijnlijk bescheiden stijging van het GMSL tot 2100 wijst niet op een “klimaatcrisis”.
  6. 6. De CMIP6-klimaatmodellen zijn nóg gevoeliger dan de reeds overgevoelige CMIP5-modellen van AR5, en negeren peer reviewed wetenschappelijke bewijzen van een lage klimaatgevoeligheid. De modellen leiden tot ongeldige conclusies over ECS en “koolstofbudgetten”; de waarschijnlijke wereldwijde temperatuurstijging tot 2100 wijst niet op een “klimaatcrisis”.

Daarna volgt per deelgebied een uitleg van de kritiek. Wie de hele brief wil lezen kan hem hier downloaden.

Prima gedaan Clintel en ICFS! Wat mij betreft een goed onderbouwd kritisch geluid, dat waarachtig nodig is in de ‘storm’ van mediaberichten die de afgelopen weken vrijwel allemaal met een gemakzuchtig automatisme het IPCC-geluid ondersteunen.

Het KNMI rapport deel 2

Fig.1    Bron: Telegraaf

Wetenschapsjournalist Edwin Timmer van de Telegraaf heeft op de site van de krant intussen een analyse gemaakt van het jongste alarmerende rapport van het KNMI. Ik lees over de alarmerende paragraaf van de zeespiegelstijging, die ik in het vorige artikel aan de kaak stelde:

Fig.2    Bron: Telegraaf

Dus professor Drijfhout gelooft zelf ook niet meer in het doemscenario van RCP8.5, maar gaat er wel akkoord mee dat in het KNMI-rapport desondanks RCP8.5  met bijbehorende maximale zeespiegelstijging van 120 cm naar buiten uitdraagt als ‘mogelijk’ scenario.

Waarom gebeurt dit? Het antwoord op die vraag staat (per ongeluk?) in het blokje direct onder de laatste zin van Drijfhout: “Doem wegbereider voor klimaattop: ’Als je echt verandering wilt, moet je mensen bang maken”.

KNMI Klimaatsignaal ‘21 deel 1

 

Fig.1    Data: PSMSL

Vandaag heeft het KNMI bij verrassing (eind van de week begint de klimaattop in Glasgow) een tussentijds rapport uitgebracht in de reeks over klimaatscenario’s. Ik heb alleen even vluchtig het hoofdstukje over de zeespiegelstijging doorgebladerd omdat dat een ‘kroonjuweel’ is van de opwarmingstheorie van het IPCC. Over die zeespiegelstijging heb ik al vaak geschreven,  en al even vaak geconstateerd dat het met die ‘beloofde’  versnelling van de zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust tot nu toe helemaal niet wil lukken. De zeespiegel voor onze kust stijgt sinds eind van de 19e eeuw met een heel gelijkmatige tempo van ongeveer 19 cm per eeuw. Trek je daar de bodemdaling aan de kust van af dan gaat het om een absolute zeespiegelstijging van ongeveer 16 cm per eeuw. Precies zoals Deltares het in zijn Zeespiegelmonitor 2018 ook voorrekent.

Dat is raar, dat die zeespiegelversnelling die  blijkbaar mondiaal vastgesteld wordt, niet aan onze kust merkbaar is. Ik heb een Nederlandse wetenschapper wel eens op de radio horen zeggen dat dat uitblijven van die versnelling ‘ooit’ wel weer gecorrigeerd gaat worden. In figuur 1 heb ik de jaarlijkse zeespiegelhoogte van de 6 hoofdkuststations weergegeven van 1901 t/m 2020. Zoals te zien is, is er van een versnelling geen sprake.

Het KNMI erkent nu ook dat er aan onze kust nog weinig te zien is van die ‘mondiale versnelling’ en verklaart dat zo: “Het verschil tussen waarneming en projectie voor 2020 is goed te verklaren door verschillen in weer, oceaanstromingen, regionale opwarming en zoutgehalte van de oceaan.”  Dat zijn zo ongeveer alle denkbare factoren die ervoor zouden kunnen zorgen dat de zee op plaats A wat minder stijgt dan op plaats B. Maar decennia lang? Daar moet ik nog eens goed induiken. In ieder geval wil ik u onderstaande grafiek niet onthouden. Het is de gemeten zeespiegelstijging van figuur 1, gecombineerd met de bovenkant van de zeespiegelstijging volgens het KNMI op basis van IPCC scenario SSP5-8.5, namelijk 120 cm vanaf 2005 tot 2100. Overigens is dat SSP5-8.5 scenario door veel klimaatwetenschappers al naar de prullenbak verwezen als volstrekt ongeloofwaardig.

Fig.2    Data: PSMSL en KNMI

Maar zelfs het gematigde SSP scenario 4.5 geeft al een maximale stijging van 90 cm tussen 2005 en 2100. En ik heb van het KNMI begrepen dat onder de allerberoerdste omstandigheden die zee aan onze kust in het jaar 2100  wel 2m hoger kan staan dan in 2005! Maar dan moet de zee wel verrekte snel beginnen aan dat rampenscenario, want van 2005 (begin van de KNMI projectie) t/m 2020 steeg de zee ‘gewoon’ met een gezapige relatieve snelheid van 19 cm/eeuw, terwijl de rode lijn van de KNMI-projectie al als een raket omhoog schiet. “Wacht maar” hoor ik ze in De Bilt al zeggen, “…tot die verschillen in weer, oceaanstromingen, regionale opwarming en zoutgehalte van de oceaan ermee stoppen, dan zullen we eens wat beleven! ” Ik ben benieuwd.

Een volgende keer meer.

Patrick Moore op het Heartland Insititute

Patrick Moore’s duidelijke presentatie over Klimaatverandering op de 14e Internationale Conferentie  van het Heartland Institute mag u niet missen. Dr. Patrick Moore was ooit medeoprichter van Greenpeace en zeven jaar directeur van Greenpeace International. Hij was 15 jaar lang een drijvende kracht achter succesvolle acties tegen bijvoorbeeld walvisvangst en het doodknuppelen van zeehondenbaby’s in Canada. Totdat Greenpeace van koers veranderde (anti-mens werd) en Moore sindsdien de boodschap uitdraagt dat het menselijk bestaan niet in strijd hoeft te zijn met milieubehoud.

It’s the cloud, stupid

Fig.1    Bron: Klimaatgek

Afgelopen zomer heb ik naar aanleiding van een tweetal artikelen over wolken de recente veranderingen in de stralingsbalans van de aarde geanalyseerd. De grafiek in figuur 1 is  afkomstig uit dat artikel. Die analyse deed ik onder andere op basis van de meetdata van satellieten in het CERES project van NASA. Een van mijn conclusies was dat door de afname van de bewolking tussen 2001 en 2020 de aarde flink moet zijn opgewarmd. Overigens was ik in 2020 al tot de ontdekking gekomen dat in Nederland en in een groot deel van West-Europa de hoeveelheid op aarde binnenvallende zonnestraling (instraling) vanaf 1980 op veel plaatsen met meer dan 10% is toegenomen. Vanaf 15 augustus 2020 (zie in rechter menu) heb ik een aantal malen over die enorme toename van de instraling geschreven, onder ander in Duitsland.

Blij verrast was ik dan ook toen ik afgelopen week de recente paper van Hans-Rolf Dübal en Fritz Vahrenholt las over deze materie. De paper is peer reviewed en gepubliceerd in “Atmosphere”.

Prof. Vahrenholt heeft naar aanleiding van deze publicatie van Hans-Rolf Dübal  en hemzelf een artikel geschreven op de website van Judith Curry dat ook overgenomen is door WUWT. Ik heb van prof. Vahrenholt toestemming gekregen om de originele Duitstalige versie van zijn artikel te vertalen in het Nederlands:

“Radiative Energy Flux Variation from 2001–2020”

door Fritz Vahrenholt en Hans-Rolf Dübal

In een peer-reviewed publicatie in “Atmosphere” hebben Hans-Rolf Dübal en Fritz Vahrenholt de stralingsbalans van de aarde gedurende de afgelopen 20 jaar onderzocht. De netto stralingsflux, d.w.z. het verschil tussen de binnenkomende zonnestraling en de uitgaande lang- en kortgolvige straling, bepaalt de verandering in de energie-inhoud van het klimaatsysteem. Is deze positief, dan warmt de aarde op; is hij negatief, dan koelt hij af. Het door de NASA beheerde CERES-project op basis van satellieten levert nu al twee decennia lang dergelijke stralingsgegevens, alsmede gegevens over de ontwikkeling van de bewolking met temporele en ruimtelijke resolutie. Deze gegevens worden zowel bepaald ten opzichte van een hoogte van ongeveer 20 km (TOA = “Top of Atmosphere”) als ten opzichte van het aardoppervlak.

De recente publicatie van de paper “Radiative Energy Flux Variation from 2001 – 2020” heeft een voor de klimaatwetenschap verrassend resultaat aan het licht gebracht: de opwarming van de aarde in de afgelopen 20 jaar is in hoofdzaak te wijten aan een grotere doorlaatbaarheid van de wolken voor kortgolvige zonnestraling. De uitgaande kortgolvige straling is in deze periode sterk afgenomen (zie figuur), even sterk op het noordelijk als op het zuidelijk halfrond (NH en SH). Bij een vrijwel constante zonnestraling betekent dit dat meer kortgolvige straling het aardoppervlak heeft bereikt en dus tot de opwarming heeft bijgedragen. De langgolvige terugstraling (het zogenaamde broeikaseffect) droeg slechts in mindere mate bij tot de opwarming. Het werd zelfs grotendeels gecompenseerd door de eveneens toegenomen doorlaatbaarheid van de wolken voor de langgolvige straling die van de aarde afkomstig is. De auteurs kwamen na evaluatie van de CERES-stralingsgegevens tot deze duidelijke conclusie.

NASA-onderzoekers rond Norman Loeb maar ook de Finse onderzoeker Antero Ollila  hadden er onlangs al op gewezen dat de binnenkomende kortgolvige zonnestraling tussen 2005 en 2019 is toegenomen als gevolg van de afname van lage bewolking. Dübal en Vahrenholt hebben nu de TOA- en de stralingsfluxen op grondniveau voor de gehele periode onderzocht en deze in verband gebracht met veranderingen in de bewolking. De netto binnenvallende energiestroom was positief over de gehele periode en steeg van 0,6 W/m² tot 0,75 W/m² van 2001 tot 2020. Het 20-jarig gemiddelde bedroeg 0,8 W/m². De bruggrafiek toont de drijvende krachten achter deze verandering,  deze liggen duidelijk op het gebied van de binnenvallende kortgolvige straling in de bewolkte gebieden, die ongeveer 2/3 van het aardoppervlak uitmaken (SW Cloudy Area, +1,27 W/m²).

Dit komt niet overeen met de veronderstelling in het recentste IPCC-rapport dat de opwarming als gevolg van de toename van de langgolvige terugstraling uitsluitend te wijten was aan het antropogene broeikaseffect. Het IPCC schrijft 100% van de opwarming toe aan dit effect en rechtvaardigt dit met modelberekeningen. Uit de analyse van de gemeten gegevens door Dübal en Vahrenholt blijkt echter dat de opwarming als gevolg van de afname van de uitgaande kortgolvige straling met 1,4 W/m² en de toename van de langgolvige straling met – 1,1 W/m² hoofdzakelijk is toe te schrijven aan het bewolkingseffect.

De auteurs hebben ook gekeken naar het effect van dit stralingsoverschot over een langere periode vanaf 1750 op de warmte-inhoud van het klimaatsysteem. Onder “enthalpie” wordt hier verstaan de som van warmte, arbeid en de latente warmte, d.w.z. de warmte van de verdamping van water, de warmte van het smelten van ijs, de energetische verandering van de biosfeer (plantengroei), enz. Aangezien ongeveer 90% van deze enthalpie als warmte in de oceanen achterblijft, kunnen ook conclusies over de enthalpie-ontwikkeling worden getrokken door te kijken naar de warmte-inhoud van de oceanen (OHC) op lange termijn. Er werd een goede overeenkomst gevonden tussen deze twee onafhankelijke gegevensreeksen voor de periode 2001-2020 en de bestaande OHC-gegevens werden geëvalueerd voor eerdere, langere perioden om een algemeen beeld te krijgen. Hieruit blijkt dat de opwarming sinds 1750 niet continu was maar zich voordeed in opwarmingsperiodes, aangeduid als A, B en C, waarin telkens gedurende 20-30 jaar een hoge netto stralingsflux (0,7 tot 0,8 W/m²) optrad, onderbroken door mildere fasen. Het begin van deze opwarmingsperioden viel samen met de verandering van teken van een andere bekende natuurlijke klimaatfactor, namelijk de AMO (Atlantic Multidecadal Oscillation). De cruciale vraag of de huidige verwarmingsfase C spoedig tot een einde zal komen zoals in de gevallen A en B, dan wel of zij zal aanhouden kan alleen worden beantwoord op basis van langere waarnemingen en moet derhalve open blijven.

Om het begin van fase C rond het jaar 2000 te onderzoeken, werden nog andere gegevensreeksen gebruikt, vooral de wolkenmetingen van EUMETSAT, een Europees satellietproject. Hier is te zien dat het begin van fase C gepaard gaat met een afname van de bewolking, die samenvalt met de bovenvermelde verandering in het teken van de AMO. Uit de stralingsmetingen kan worden afgeleid dat 2% minder bewolking ongeveer 0,5 W/m² meer netto stralingsflux betekent, hetgeen het grootste deel van de hierboven genoemde 0,8 W/m² zou kunnen verklaren.

Dit resultaat wordt ook bevestigd door de analyse van de stralingsbalans nabij het oppervlak. Hier wordt een toename van het broeikaseffect geconstateerd, die goed correleert met de toename van de broeikasgassen waterdamp en CO2, maar alleen voor de onbewolkte gebieden (“clear sky”). Deze correlatie geldt echter niet voor de met bewolking bedekte gebieden, die immers ongeveer 2/3 van de aarde uitmaken.

De verklaring over het broeikaseffect is interessant. Hans-Rolf Dübal: “Wij hebben het versterkte broeikaseffect van de som van alle broeikasgassen (waterdamp, CO2, enz.) onder “clear sky” omstandigheden kunnen aantonen, met een toename van 1,2 W/m² in de afgelopen 20 jaar. Deze toename wordt echter op een oppervlakte-gewogen basis overgecompenseerd door de toenemende uitstraling van langgolvige straling in de bewolkte gebieden ter grootte van -1,48 W/m² “.

De periode van 20 jaar is nog te kort om definitief te kunnen uitmaken of de huidige opwarmingsfase van tijdelijke dan wel permanente aard is. In het eerste geval moeten de klimaatprognoses fundamenteel worden herzien. Het fysische mechanisme dat tot het dunner worden van de wolken heeft geleid, wordt in de literatuur op verschillende manieren besproken. Vahrenholt: “De veranderingen in de bewolking kunnen worden veroorzaakt door een afname van aërosolen, door opwarming van de atmosfeer als gevolg van natuurlijke oorzaken (b.v. de AMO of de PDO), door antropogene opwarming als gevolg van CO2 of door een combinatie van deze afzonderlijke factoren. Eén ding kan echter nu al worden gezegd: de opwarming van de laatste 20 jaar werd méér veroorzaakt door veranderingen in de wolken dan door het klassieke broeikaseffect”.