Lockdown

Vandaag zijn we in een gedeeltelijke lockdown beland: over de economische en vooral persoonlijke ellende die dat bij veel mensen teweeg brengt ga ik nu niet schrijven. De ellende die dat teweeg brengt wordt ook door de regering erkent, maar er zijn volgens Rutte en De Jonge zwaarwegende argumenten om toch tot een soort lockdown over te gaan. De persconferentie waarin dat aangekondigd werd schetste feitelijk twee angstbeelden: mogelijk weer een tekort aan ziekenhuisbedden en het almaar stijgend aantal besmettingen. Over beide angstbeelden wil ik het vandaag hebben.

Premier Rutte zei bij de aanvang van de persconferentie het volgende: “…  dat de ziekenhuizen eind november ¾ van alle reguliere ziekenhuisopnames moeten afzeggen als de besmettingscijfers in het huidige tempo blijven groeien. Dat betekent dat van elke 4 patiënten er voorlopig 3 niet opgenomen kunnen worden.

Fig. 1 Bron: Eurostat

Dat zou dan de tweede keer dit jaar zijn dat er een beddentekort zou ontstaan, met alle gevolgen van dien. Laat ik Nederland eens vergelijken met de buurlanden Duitsland en België. Als ik naar de ziekenhuiscapaciteit kijk in Nederland dan laten de cijfers direct zien waar de schoen wringt: Nederland heeft 3,1 bedden per 1000 inwoners beschikbaar, terwijl dat in Duitsland 8 bedden per 1000 inwoners is. Zelfs in België waar – net als in Nederland- de afgelopen jaren fors bezuinigd is op ziekenhuiscapaciteit, is het aantal ziekenhuisbedden 80% hoger dan in Nederland, namelijk 5,6 per 1000 (figuur 1).

Het aantal IC-bedden is in Nederland 6,6 per 100.000 inwoners , terwijl Duitsland er maar liefst 5x zoveel beschikbaar heeft, namelijk 34 per 100.000 (waarvan bijna 90% met beademingsapparatuur). België beschikt over bijna 3x zoveel IC-bedden als Nederland, namelijk 18 per 100.000. Bronnen hier, hier, hier.

De cijfers zijn niet helemaal 1 op 1 met elkaar te vergelijken, onder andere omdat het gebruik van ziekenhuisbedden van land tot land wat kan verschillen. Maar duidelijk is dat het aantal ziekenhuisbedden en het aantal IC-bedden dat in Nederland beschikbaar is veel lager is dan in onze buurlanden. Dat is het gevolg van politieke keuzes in het recente verleden. De situatie dat er mogelijk eind november weer een beddentekort ontstaat heeft de overheid dus zelf gecreëerd. Hadden we dezelfde aantallen ziekenhuisbedden en IC-bedden als Duitsland of België dan zou er van een angst voor een beddentekort geen sprake zijn.

Het tweede angstdossier, namelijk het sterk stijgend aantal besmettingen, is hier al eerder aan de orde geweest. De getallen over besmettingen gaan in feite over de aantallen positief geteste personen bij de PCR-test. Positief getest betekent niet automatisch dat je besmet bent met het SARS-Cov-2 virus, ook niet dat de ziek bent en ook niet dat je besmettelijk bent voor anderen. Vele deskundigen hebben daar al vele woorden aan gewijd. Zie hier en hier. Ik heb twee weken geleden het RIVM gevraagd of ze hun cijfers corrigeren voor die false positives. Ik kreeg antwoord dat ze dat niet deden (trouwens ook niet voor de false negatives).

De PCR test slaat aan op deeltjes van  SARS-Cov-2 maar ook van andere, oudere virussen. Ook is er de kwestie van de false positives, de mensen die ten onrechte positief getest worden. Die aantallen kunnen in de PCR test enorm oplopen en zulke proporties aannemen dat de cijfers van positief getesten onbruikbaar zijn.

Verder zijn er de technische kwesties die onduidelijk zijn, zoals het aantal cycles dat gehanteerd wordt bij de test. En het feit dat de wijze van testen niet geprotocolleerd is met behulp van zogenaamde SOP’s. Over die laatste zaken gaat een opmerkelijk artikel van de hand van Mario Ortiz Martinez, biochemicus, die hij onlangs publiceerde op zijn Linkedin pagina.

Fig. 2  Bron:  LinkedIn

Ortiz Martinez heeft een tekst van Coen Berends (voorlichter bij het RIVM) gebruikt . Daarin beschrijft Berends de procedure van het testen. Die tekst heeft hij voorgelegd aan Dr. Peter Borger. Borger is niet zomaar iemand: hij is gespecialiseerd in moleculaire genetica en biochemie en oprichter van The Independent Research Initiative on Information & Origins. Borger werkte voor verschillende onderzoeksinstituten zoals de Universiteit van Groningen (Nederland), de Universiteit van Sydney (Australië), en de Universiteiten van Basel en Zürich (Zwitserland). Als expert op het gebied van moleculaire biologie van genexpressie en signaaltransductienetwerken publiceerde hij meer dan 70 artikelen in vooraanstaande internationale tijdschriften, waaronder de New Eng. J. Med.

Hier een deel van het artikel:

Coen Berends (RIVM): “Het landschap van PCR testen voor SARS-CoV-2 heeft zich van het begin met twee in-house protocollen met één set primers en probes met twee target genen uitgebreid naar een scala aan protocollen gebaseerd op in-house ontwikkeling en in gebruik nemen van commerciële PCR testen en testen gebaseerd op andere amplificatietechnieken. Die hebben allemaal hun eigen temperatuur en aantal amplificatiecycli. Die ligt voor het overgrote aantal testen tussen de 40 en 45 en is niet in de tijd verandert.”

Dr. Peter Borger: “Deze testen moeten ergens zijn gedocumenteerd, dan wel gepubliceerd, net als de publicatie van het RKI. Het gestandaardiseerde protocol (SOP) willen we graag inzien, zodat we de deze test kunnen reproduceren. Als er meerdere verschillende testen naast elkaar worden gebruikt, dan dienen die allemaal een eigen SOP te hebben. Deze SOPs willen we graag inzien.

De verschillende amplificatietechnieken moeten worden gespecificeerd. Er zijn momenteel 2 amplificatietechnieken in de literatuur beschreven, waarvan alleen de PCR techniek is gevalideerd. De alternatieve amplificatietechnieken moeten hier dus worden aangegeven en er moet ergens een publicatie zijn, die toont, dat die werden gevalideerd. PCR data die worden verkregen na 35 cycli zijn volstrekt onbetrouwbaar. Als het aantal amplificatiecycli inderdaad voor het overgrote aantal van de testen tussen de 40 en 45 cycli ligt, dan zijn de testen allemaal gedraaid in de achtergrondruis van het systeem. Volgens de journalist van het Ad zeggen de mensen (Rotterdam of Radboud geloof ik) dat ze testen tussen 20 en 25 cycli. Dit is volstrekt oké, maar is in volkomen tegenspraak met dit bericht van het RIVM. Dit soort microbiologische diagnostische testen (SOPs) moet opgezet en gevalideerd zijn voor maximaal 35 cycli. Boven 40 cycli worden te veel monsters vals positief. Dat weten ook de mensen in R’dam of Radboud.”

Coen Berends (RIVM): “Het verschil in aantal cycli maakt niet dat meer monsters positief worden of er meer foutief positieven bij zouden komen.”

Dr. Peter Borger: “Dit is niet correct en wordt ook niet correcter door het vet af te drukken. NB: Elke cyclus geeft een extra amplificatie met factor twee. Als je 5 extra cycli includeert, dan heb je 32x zoveel signaal. Dit gaat dan zeer zeker je positiviteit beïnvloeden. Daarom is het opstellen van een gestandaardiseerde SOP van essentieel belang. Je hebt een SOP nodig om de positieven van de negatieven te onderscheiden. Die SOP moet aangeven welke hoeveelheid uitgangsmateriaal je neemt (stel een wattip met noseswap), de Temperatuur waarden en het aantal cycli wanneer deze positief mag zijn, dat wil zeggen het maximale aantal cycli. Als dat voorheen 30 cycli waren, dan mag je dat NOOIT verhogen naar 35. Doe je dat wel, dan moet je daarvoor een goede reden hebben en je moet erbij aangeven dat de nieuwe SOP niet meer vergelijkbaar is met de vorige SOP. Doe je dat niet dan misleid je ernstig.”

Borger eindigt met : “Zonder de extra controle signalen zullen ze veel meer valse positieven gaat opleveren, omdat je de twee ander signalen hebt weggelaten. Het verklaart de enorme stijging sinds september. Je ziet ook dat de hele procedure erop gericht is maar vooral geen “cases” te missen. We hebben hier te maken met een volstrekt uit de hand gelopen vertrouwen in een onbetrouwbare testmethode. De test dient erop gericht te zijn om positieven van negatieven te kunnen onderscheiden.

Mario Ortiz Martinez concludeert uit de analyse van Peter Borgers dat de overheid de brandhaard van het oplopend aantal besmettingen zelf gecreëerd heeft.  Dat er in elk geval iets mis is met de testmethode lijkt me intussen wel duidelijk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niets aan de hand is, maar ik zou als burger wel graag de zaken in proportie willen kunnen zien. Met slechte statistiek en te weinig bedden creëert de overheid deels zijn eigen monster, dat het daarna bestrijdt met maatregelen die mijns inziens meer kwaad dan goed doen.

Hier vindt  u het volledige artikel met dr. Peter Borger op LinkedIn en hier als pdf.