Categorie archief: H.C.

Ruwe versie IPCC rapport 5 is gelekt

De ruwe versie van het AR5 rapport, dat in 2013 moet verschijnen, is op het internet gezet door een van de reviewers, Alec Rawls. U kunt alle hoofdstukken downloaden van zijn site stopgreensuicide.

Dit is natuurlijk wereldnieuws, omdat veel wetenschappelijke informatie nu snel bij het publiek komt. En dat is informatie die nog niet door de politieke zeef gegaan is. De figuur hieronder is een van de klimatologische ‘bommen’ in het nieuwe rapport. Het laat zien dat de huidige gemiddelde temperatuur op aarde nu al buiten alle voorspellingen van de voorafgaande 4 IPCC-rapporten valt.

ar51

 

Lees verder

Vegetatie Sahel houdt langjarig gemiddelde neerslag in de gaten?

Kort geleden heb ik aandacht besteed aan een vraag in het examen aardrijkskunde voor het havo. Als u denk dat dit een eenmalige uitglijder was geef ik nu een kijkje in het herexamen aardrijkskunde voor het havo van afgelopen dinsdag.Opdracht 16 van het herexamen:

her1

Dit is de grafiek die bij de opdracht hoort. Trouwe lezers herkennen hem van een recente bijdrage over het examen havo van 2 weken geleden, en al wat langer van het hoofdstukje ‘De Sahara Groeit’.

her2
Een leuke vraag: je test het lezen van de grafiek en de kandidaat moet het verband begrijpen tussen neerslag en de verschuiving van vegetatiezones.  En dit is het antwoord uit het officiële correctiemodel:

her3

Ik moest het antwoordmodel twee maal lezen, en begreep toen dat de examenmakers een enorme fout hebben gemaakt. Ziet u wat er fout is? Aan het antwoordmodel te zien zou er in 1965 sprake moeten zijn van een omslagpunt, waardoor vegetatiezones verschuiven. Ik pijnigde mijn hersens wat er in godsnaam aan de hand was met 1965. Toen begreep ik de absurde redenering die de examencommissie/CITO hier gevolgd heeft: tussen 1950 en  1965 waren de jaarlijkse hoeveelheid neerslag groter dan het langjarig gemiddelde, erna kleiner. De examenmakers denken dus dat het langjarig gemiddelde van de neerslag in de Sahel een omslagpunt is dat verschuiving van vegeatiezones triggert. Onbegrijpelijk.

Het gaat om het verschuiven van vegetatiezones. Die zones verschuiven vanwege in dit geval veranderingen in het neerslagpatroon. Het is in het geheel niet interessant of in bepaalde jaren de neerslag boven of onder het langjarig gemiddelde ligt. Het gaat om de dynamiek, niet het absolute getal. Van 1950 tot 1985 neemt de jaarlijkse hoeveelheid neerslag in de Sahel af. Deze afname zorgt voor een verschuiving van de vegetatiezones richting evenaar. Na 1985 nemen de jaarlijkse hoeveelheden neerslag in de Sahel weer toe, met als gevolg een verschuiving van de vegetatiezones naar het noorden.Of de jaarlijkse neerslag boven of onder het gemiddelde ligt is zoals reeds gezegd in het geheel niet van belang. Hoe zou zoiets überhaupt moeten? Een gemiddelde is een rekenkundige waarde, niets meer dan dat.
Vegetatie reageert op veranderingen in de externe factoren, niet op een door de mens berekend gemiddelde.

In het neerslagpatroon in de Sahel zit een periodiciteit, die waarschijnlijk samenhangt met die van de AMO, Atlantic Multidecadal Oscillation. Dat is een maat voor de natuurlijke variabiliteit van de SST (sea surface temperature) van de noordelijke Atlantische Oceaan , met een periodiciteit van 60 tot 80 jaar. Het dieptepunt in die periodiciteit hebben we rond 1985 gehad. Velen herinneren zich nog wel de vreselijke beelden van verhongerende mensen in de Sahel. Vanaf 1985 neemt de neerslag weer toe, en met een periodiciteit van 60 tot 80 jaar is te verwachten dat die neerslagtoename in de Sahel nog wel tot het midden van deze eeuw zal doorgaan. Wat overigens niet wil zeggen dat het elk volgend jaar natter is. Daarvoor is het neerslagpatroon in deze regio te wisselvallig.

Het eerste deel van het antwoord moet derhalve luiden:  tussen 1950 en 1985 neemt de jaarlijkse neerslag af, met als gevolg naar het zuiden verschuivende vegetatiezones. Na 1985 neemt de jaarlijkse neerslag toe, en verschuiven de vegetatiezones naar het noorden.
Examencommissie/CITO : een dikke 1 dus voor het antwoord op vraag 16 !

Het einde der tijden als wapen voor een nieuwe wereldorde

bruckner

 

Het artikel van Pascal Bruckner in de Volkskrant van 15-6-2012 over het gevaar van het moderne doemdenken is mij uit het hart gegrepen. De planeet als het nieuwe proletariaat dat moet worden gered van uitbuiting is exact wat de afgelopen jaren in het westen is gebeurd.

Bruckner is filosoof en als associate professor verbonden aan het Institut d’Études Politiques de Paris. Dit instituut leidt van oudsher de Franse politieke en diplomatieke elite op. Het artikel van Bruckner is oorspronkelijk in het Engels verschenen in City Journal.
Diegenen die niet mee doen in deze apocalyptische stoelendans worden verketterd en verguisd: “De econoom Rajendra Pachauri, het hoofd van het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN, heeft de Deense statisticus en eco-scepticus Bjørn Lomborg zelfs vergeleken met de Führer. De Amerikaanse klimaatwetenschapper James Hansen heeft oliemaatschappijen die ‘twijfel proberen te zaaien over de opwarming van de aarde’ beschuldigd van ‘ernstige misdaden tegen de menselijkheid en de natuur’. Hansen bestempelde treinen die kolen vervoeren als ‘doodstransporten’. Ellen Goodman, columnist van The Boston Globe, schreef dat ‘ontkenners van de opwarming op gelijke voet staan met ontkenners van de holocaust’.  ”Arabist Hans Jansen schreef al in 2007 in HP dat de mens een eigenaardig, mogelijk aangeboren, verlangen naar het einde der tijden heeft. Bruckners constatering dat schrijvers, politici, journalisten en wetenschappers wedijveren in het schilderen van de verschrikkingen als we ons leven niet beteren stemt me niet vrolijk. Hij schrijft: “  De angst die deze intellectuelen zaaien, is een soort vraatzuchtig enzym dat zorgen opslokt, zich ermee voedt en vervolgens op zoek gaat naar nieuwe zorgen. Toen de kerncentrale van Fukushima instortte na de enorme aardbeving in Japan van maart 2011, was dat niet meer dan een bevestiging van een reeds aanwezige angst die slechts wachtte op invulling. Over een half jaar zijn we weer in de greep van een andere angst: een pandemie, de vogelgriep, smeltende ijskappen of de straling van mobieltjes. Angst wordt ook een zichzelf vervullende profetie. De media berichten dat jonge mensen wakker liggen van de zorgen over de opwarming van de aarde. Alsof dat verbazing wekt; dezelfde media pompen die zorgen er voortdurend in. Als een echoput weerspiegelen opiniepeilingen de opvattingen die de media verspreiden. Zo worden we ingeënt tegen de vrees door het steeds weer herhalen van dezelfde thema’s. ”

Al Gore, de voormalige vice-president van de USA, is een prominente speler in het rondreizende circus van angstprofeten. In zijn documentaire ‘An Inconvenient Truth’ stelde hij: “ De mensheid zit op een tijdbom. Als de overgrote meerderheid van de wetenschappers gelijk heeft, hebben we nog maar tien jaar om een enorme catastrofe af te wenden die het hele klimaatsysteem van onze planeet in een duikvlucht van gigantische vernietiging zal storten. Dat zal gepaard gaan met extreem weer, overstromingen, droogte, epidemieën en dodelijke hittegolven die erger zijn dan we ooit hebben meegemaakt: een catastrofe die we zelf hebben veroorzaakt. ”. Dat een dergelijke voorspelling zelfs op de examencommissie en het CITO indruk maakte heb ik in de bijdragen van 6 juni en 8 juni j.l. duidelijk gemaakt.

Vanuit allerlei hoeken is al jaren sprake van een vloedgolf van propaganda over de opwarming van de aarde en voor de noodzaak om van buitenaf in te grijpen in de economie van de rijke landen. Een aantal kiezers in het Westen is extreem gevoelig voor zulke verhalen en omhelst deze nieuwe leer van harte. Hans Jansen constateerde dat de mens in zijn borst ‘een heftig heimwee naar het einde der tijden’ draagt. De VN en in het bijzonder het IPCC zijn daarmee voertuigen geworden om een nieuwe wereldorde tot stand te brengen. Arme landen vormen de meerderheid in deze organisaties, en veel leiders van die arme landen zien de rapporten van het IPCC en de klimaatconferenties als vehikels om Westerse geldstromen om te buigen naar hun eigen land. Het kapitalistisch productiesysteem wordt verantwoordelijk geacht voor de naderende ondergang, dan wel verantwoordelijk gesteld om opportunistische redenen. Maar er is hoop vanuit onverwachte hoek: het is op aarde de afgelopen 15 jaar niet warmer geworden. Of dat indruk maakt op de doemdenkers valt te betwijfelen.

Koudeperiode in Younger Dryas gevolg van inslag?

dryas e alley
Bron:  NOAA

Op deze site is al vaak aandacht besteed aan de temperatuurgang van de laatste ijstijd naar het Holoceen tot heden. Zie onder “De Dogma’s”  het hoofdstuk “Unieke Temperatuurstijging”. De vermoedens dat de koudeperiode op de overgang van Weichselien naar Holoceen het gevolg was van een extraterrestrische gebeurtenis worden ondersteund door de uitkomsten van een recente publicatievan de Universiteit van Californië in Santa Barbara.

Op bovenstaande grafiek is die koudeperiode  tussen 13.000  en 11.500 jaar BP  duidelijk waar te nemen. De getoonde data komen van de GRID2 ijskern op Groenland (data hier). Proxies als ijs- en gasisotopen leverden een betrouwbare reconstructie op van de temperatuur op de overgang van Pleistoceen naar Holoceen. Een kleine 15.000 jaar BP steeg de temperatuur in Groenland sterk, een teken dat het Weichselglaciaal ten einde was. Maar rond 14.500 BP daalde de temperatuur trapsgewijze weer tot op glaciaal niveau, om pas vanaf 12.500 BP op te veren tot de bekende Holocene waarden. Van deze abrupte klimaatwijzigingen vinden we op veel plaatsen op aarde bewijzen.

thermohal
Bron:  Wikipedia

Tot nu toe was de meest aangehangen theorie dat de afkoeling het gevolg was van het uitvallen van de warme zeestroom in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan.  De gedachte was dat het Agassizmeer in Noord-Amerika, dat een enorme hoeveelheid smeltwater van het Canadese landijs bevatte, leeg liep in de Atlantische Oceaan. Die enorme hoeveelheid zoet water zou dan de thermohaline circulatie verstoord hebben, waardoor er geen warm tropisch water meer naar het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan gevoerd zou zijn, met sterke afkoeling tot gevolg.

agassiz2
Bron:  Wikipedia

Ook theorieën over een zonnewind en over een langdurige verschuiving van de straalstroom deden de ronde, alsmede een grote vulkaanuitbarsting.  Maar zoals het er nu naar uit ziet kunnen we al deze theorieën overboord zetten. De uitkomsten van de ploeg van professor James Kennett lijken tamelijk overtuigend.  Het team deed onderzoek naar sedimentgesteenten uit de genoemde periode op een drietal plaatsen, namelijk Pennsylvania, South Carolina en Syrië.  Op alle plaatsen werd een dun laagje sediment gevonden dat gevormd moet zijn bij temperaturen van 1700 tot 2200 °C. Het moet daarom wel het gevolg zijn van de botsing tussen de aarde en een lichaam dat vanuit de ruimte de aarde bereikte. De gevolgen voor flora en fauna waren groot: veel soorten, waaronder mammoeten, verdwenen definitief van de aarde.

kennett1

kennett2
Bron:  UCSB

Het ontdekte laagje bestaat uit glasachtig materiaal, dat ontstaat als zand door enorme hitte smelt en gaat koken. Dergelijk materiaal is ook gevonden bij Meteor Crater in Arizona.  Vergelijkbare onderzoeksresultaten uit Venezuela  en Duitsland versterken het vermoeden dat de koudeperiode van het Younger Dryas geen terrestrische oorzaak heeft maar een kosmische.

Nogmaals klimaatveranderingen en regiem

In de vorige bijdrage heb ik aandacht besteed aan het recente HAVO-examen aardrijkskunde.  Met name de vraag over klimaatverandering en regiem van Rijn en Maas kon mijn waardering niet wegdragen, het officiële antwoord in het correctiemodel nog minder. Omdat ik nieuwsgierig was naar de afvoercijfers van Rijn en Maas heb ik die opgezocht.  Een zeer uitgebreide database over water in Nederland is Waterbase van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit is de link naar de de Engelstalige Waterbase.

maasdeb

De afvoerdata van de Maas (Eijsden) zijn het uitgebreidst en beginnen in 1950.  Die van de Rijn (Lobith) zijn aanwezig vanaf 1989. Het meest recente jaar dat geheel in de database aanwezig is op dit moment is 2010. In bovenstaande grafiek heb ik de afvoer van de Maas weergegeven. De zwarte lijn is de lineaire trendlijn, de donkerblauwe lijn verbindt de data met de hoogste afvoer in elk jaar. Begin jaren ’90 en rond 2000 zijn er wel enkele jaren geweest met een verhoogde winterafvoer, na 2002 verdwijnen die extreme winterafvoeren weer.

rijn2

De Rijn geeft hetzelfde beeld: enkele pieken in de jaren ’90 en rond 2000, na 2002 verdwijnen die piekafvoeren weer uit het beeld. Omdat van beide rivieren de piekafvoer in de winter ligt, is het duidelijk dat deze gerelateerd moet zijn aan het neerslagpatroon in NW Europa. Het is daarom te verwachten dat de afvoergrafiek van de Rijn sinds 1950 eenzelfde patroon zal hebben als dat van de Maas.

Conclusie: op basis van de meetgegevens vanaf 1950 is het antwoord op vraag 30  in het correctiemodel  onjuist.

HAVO examen aardrijkskunde goes climate

 

Ik ben de afgelopen tijd niet in staat geweest om bijdragen te schrijven voor de site: de examens slokten teveel van mijn (vrije) tijd op. Maar ook de eindexamens van het voortgezet onderwijs besteden aandacht aan klimaatverandering. Vorige week (2012)…

ex1 zaten de eindexamenleerlingen HAVO die het prachtige vak aardrijkskunde volgen achter de opgaven. Een aantal opgaven was klimatologisch van aard, bijvoorbeeld over de invloed van klimaatverandering vanaf het eind van de laatste ijstijd op het karakter van de Mississippi (zie plaatjes hierboven). Prima opdrachten.

ex2

Ook de vragen over het Tjaadmeer (hierboven)  waren heel aardig.  Wat wel opvalt is het bovenschrift van de kaartjes: `Verdroging van het Tjaadmeer tussen 1963 en 2001´. De kaartjes tonen dat er sprake is van verdroging van 1963 tot 1987, maar daarna gebeurt er eigenlijk weinig met de oppervlakte van het meer. Er zijn wel kleine verschillen, maar men kan niet stellen dat er tot 2001 sprake is van toenemende verdroging.  Suggestieve kop derhalve.  Trouwe lezers weten dat ik onder het kopje `De Sahara groeit`  onder `De Dogma´s` heb aangetoond dat vanaf 1984 de Sahel steeds meer neerslag krijgt, als gevolg van de AMO  (Atlantische Multidecadale Oscillatie).  Zie in de betreffende paragraaf meer over dit onderwerp. Het neerslagverloop is hieronder weergegeven. Fraai is te zien waarom het aannemelijk is  dat het Tjaadmeer na 1984 niet kleiner geworden is:

sahel1
Neerslag Sahel  1900 – 2010   Bron:  JISAO

Opgave 30 is de klimaatopdracht waar ik de meeste moeite mee heb.  Die luidt: “ Het veranderende klimaat is van invloed op het regiem van de Rijn en de Maas. Leg uit hoe het veranderende klimaat het regiem van de Rijn en de Maas beïnvloedt.”  . Het probleem is de term  ‘veranderende klimaat’. Daarmee hanteert men een proces dat niet gekoppeld is aan een bepaalde periode, dat wil zeggen het kan zowel slaan op het verleden als op wat komen gaat. Wat geweest is weten we min of meer, en  van een eenduidige klimaatverandering in de stroomgebieden van Rijn en Maas is geen sprake. Bovendien: hoever moet men hier terugkijken? 10 jaar, 100 jaar, tot aan de laatste ijstijd?

Nog veel lastiger wordt het als we de term ‘veranderende klimaat’ in de toekomst plaatsen. Ook hier weer de vraag: over welke periode hebben we het? Nu zijn er wel wat voorspellingen gedaan door het IPCC, waarvan de gemene strekking is dat het allemaal wat woester en extremer zal worden. Het KNMI echoot dat regelmatig netjes na. Of dat ook zo zal zijn zal de toekomst leren, de ervaring van de laatste jaren geeft in elk geval geen aanleiding om dat met stelligheid te kunnen beweren.

En toch is dat laatste juist wat de examencommissie/CITO van de HAVO-leerlingen verlangt. Het correctievoorschrift luidt namelijk: “Een voorbeeld van een juiste uitleg is:  Klimaatverandering zal leiden tot een onregelmatiger neerslagregiem / extremere weersomstandigheden waardoor het regiem van de Rijn en de Maas onregelmatiger wordt.”.  Dat is inderdaad een voorbeeld van een juiste uitleg. Maar als een leerling het omgekeerde beweert is dat ook juist. Maar dat staat niet in het correctievoorschrift. En ook het verslag van het KNAG over dit examen ( advies hoe om te gaan met afwijkingen van het correctiemodel) zwijgt hierover in alle talen. Wel adviseert men mijns inziens ten onrechte docenten om de termen ‘hoger’  en ‘lager’ in verband met het begrip regiem fout te tellen. Onjuist, omdat regiem slaat op de schommelingen in de waterafvoer  gedurende een bepaalde periode. Dat is dus de amplitude, en die kan groter en kleiner worden.

Wat was dus het juiste antwoord? Dat klimaatveranderingen kunnen leiden tot zowel het groter worden als het kleiner worden van het regiem van de Rijn en de Maas, afhankelijk van de vraag in welke richting die veranderingen plaats zullen vinden. En dat laatste weet niemand met zekerheid. Helaas zijn  leerlingen in ons voortgezet onderwijs op het gebied van klimaatverandering een beetje voorgeprogrammeerd, zodat velen het  ‘juiste’ antwoord gegeven hebben. Lees: het ‘gewenste’ antwoord. Jammer. Is hier sprake van opzet bij de examencommissie/CITO ?  Ik denk het niet. Ik vermoed dat er (te) weinig fysisch geografen in de commissie/CITO zitten.

Voor diegenen die het allemaal eens na willen lezen hier de links:

Examen aardrijkskunde havo 2012 eerste tijdvak

Bijlage

Correctievoorschrift

KNAG advies