Categorie archief: Geen categorie

Bosbranden Portugal

Op het moment dat ik dit schrijf bevind ik me in Portugal. Op ruim 400km afstand heeft het afgelopen weekeinde de ramp plaatsgevonden waarin meer dan 60 mensen de dood vonden. En natuurlijk duurde het niet lang voordat er in diverse media een link gelegd werd met klimaatverandering (lees menselijke invloed).

Bosbranden ontstaan met name als het bos droog is.  Dat wil niet zozeer zeggen dat de vegetatie droog is, want levende bomen en andere planten houden vaak enorme hoeveelheden vocht vast. Het gevaar zit hem vooral in de droge ondergrond, de strooisellaag. Die strooisellaag kan na enkele maanden met weinig neerslag sterk uitdrogen, waardoor brand makkelijk kan ontstaan. Brandt de strooisellaag eenmaal dan is het mogelijk dat ook de bomen vlam vatten en is blussen een moeilijke zaak.

De kans op bosbrand is dus sterk afhankelijk van de neerslag in de voorafgaande paar maanden, en dus meer een kwestie van weer dan van klimaat. Bij klimaat gaat het om langjarige perioden, vaak 30 jaar. Natuurlijk zijn klimaat en weer aan elkaar gekoppeld, het klimaat is immers het gemiddelde weer. Klimaatverandering zou dus indirect kunnen zorgen voor bijvoorbeeld meer droge jaren. Maar het is  moeilijk om een eenmalige gebeurtenis te koppelen aan een datareeks die 30 jaar of langer beslaat.

Met de beperkte middelen die hier voorhanden zijn ben ik in de langjarige neerslaggegevens gedoken. Ik kijk naar de maandelijkse neerslagsommen van Lissabon in de ClimateExplorer van het KNMI. Dat is het station dat het dichtst bij het rampgebied ligt en heeft al data vanaf de 19e eeuw. Ik beperk me tot de neerslagdata vanaf 1901 t/m april 2017. April is de recentste maand waarvan cijfers beschikbaar zijn, en het valt op dat in april van dit jaar er erg weinig neerslag gevallen is.

De maandelijkse neerslag in Lissabon sinds 1901 zier er zo uit:

Bron: KNMI Lees verder

UHI effect en verstedelijking deel 2

Het Urban Heat Island-effect is klimatologische effect op o.a. temperatuur, neerslag en windsnelheid in stedelijke gebieden. Het ontstaat door de fysieke en antropogene eigenschappen van stedelijke gebieden, die afwijken van die van het omringende platteland. De fysieke eigenschappen van steden beïnvloeden onder andere albedo en evapotranspiratie waardoor de energiebalans van steden sterk verandert.

UHI in augustus 2003, gemiddelde nachtsituatie en gemiddelde middagsituatie

Bron:  Dousset et al 2010

Een belangrijke oorzaak van het ontstaan van het UHI is de bebouwing. De hoogte van gebouwen en de smalle straten zorgen voor meervoudige reflecties en sterkere absorptie van inkomende straling en beperking van de uitstraling van warmtestraling. Door wrijving neemt ook de windsnelheid af en vermindert daardoor de afkoeling door turbulentie.  Van belang is ook de lagere verdamping in de stad.  Omdat neerslagwater snel en grotendeels ondergronds wordt afgevoerd is er relatief weinig water om te verdampen.  Ook de vaak geringe oppervlakten met beplanting zorgen voor een lagere verdamping.  Verdamping is op aarde de belangrijkste manier om warmte aan het aardoppervlak kwijt te raken. Lees verder

UHI-effect en verstedelijking

Ik ben momenteel druk met schrijven over klimaatverandering in Nederland. Dat gaat o.a. over het UHI-effect, het effect dat steden o.a. warmer zijn dan de omgeving. Steden zorgen ook voor meer neerslag, met name in de omgeving ‘downwind’ van de stad. Het is dus van belang om de stedelijkheid van ons land en de invloed daarvan in kaart te brengen. Dat laatste lijkt me een mooi karwei voor het KNMI. Bijgevoegd een luchtfoto van de ligging van het KNMI-station Rotterdam (op de luchthaven) en twee topografische kaarten, van 1950 en 2016. Dan krijgt men een idee van de enorm toegenomen verstedelijking. Let op de relatieve ligging van het meetstation (gele stip). Klik op de kaarten voor een vergrote weergave.

Is de terugtrekking van de USA uit het Akkoord van Parijs erg?

Dr.Brorn Lomborg is een jonge Deense econoom , gespecialiseerd in het berekenen van de economische effecten van klimaatmaatregelen. Hij maakte een videootje over het effect van het Akkoord van Parijs, nu de USA zich terugtrekt uit het Akkoord. Heeft dat veel invloed, en ook: wat heeft dat akkoord voor invloed op de temperatuur op aarde? In zijn peer reviewed publicatie “Impact of Current Climate Proposals” uit 2015 onderzocht hij de effecten van het Akkoord van Parijs. Zijn wetenschappelijke aanpak is onomstreden, zijn conclusies echter niet bij het publiek dat gelooft in een klimaat-Apocalyps.

Lees zijn publicatie hier

 

 

 

Weinig wind, toch stroom

 

Windpark Westermeerwind ligt ten N van Urk in het IJsselmeer.  Het heeft een opgesteld vermogen van 144 MW.  Het levert (althans dat vertelt de website)  sinds juni 2016 een hoeveelheid duurzame stroom die vergelijkbaar is met het elektriciteitsverbruik van 160.000 huishoudens. Alleen vandaag niet: met windsnelheid van 1,4 m/s staan alle 48 molens stil en levert het windmolenpark 0 MW.

Hetzelfde geldt voor het nog veel grotere windmolenpark Gemini in de Noordzee. Toen ik de app opende om 10.30 vanmorgen was de windsnelheid ook daar 1,4 m/s en stonden alle 150 molens stil.  Het opgesteld vermogen van 600MW is vandaag in werkelijkheid 0 MW. Volgens de website van Gemini levert het park duurzame stroom voor 1,5 miljoen Nederlanders. Alleen vandaag niet, op heel veel andere momenten in het jaar ook niet.

Die 1,5 miljoen Nederlanders van Gemini en die 160.000 huishoudens van Westermeerwind zullen dus vandaag hun wasmachine, tv, computer et cetera noodgedwongen moeten laten werken op andere stroom. Dat is voor het allergrootste deel opgewekt met fossiele brandstoffen en kernenergie. Want als het bij ons nauwelijks waait kunnen we ook geen windstroom kopen bij de buren. Je hebt dus 100% back-up nodig. Duur grapje, maar het wordt nog veel duurder weten energiedeskundigen. Voor de huishoudens wel te verstaan, want zo is het geregeld in het Energie-akkoord. Ik ben echt wel voor duurzame energie, maar de overheid zou eens eerlijk de kosten en de baten op langere termijn aan de burgers moeten tonen.

Handige apps zijn voor beide windmolenparken beschikbaar, zodat je real-time kunt kijken hoe het er voor staat met de stroomleverantie. 

Wind en energie

Screenshot 13 uur 29 mei 2017.  Maar het had op elk ander uur van de dag kunnen zijn.

Zonder stevige wind weinig stroom. Plaatje van vandaag, windpark Gemini in de Noordzee ten N van Friesland. Opgesteld vermogen 600 megawatt.  Vandaag, 29 mei 2017, dank zij zwak windje van 3,1 m/s de hele dag 5 megawatt, dat is 0,8 % van het opgesteld vermogen. Dat betekent dat als het weinig waait en de zon is onder, je je nationale behoefte aan elektriciteit volledig moet dekken met conventionele centrales. Die moeten dan voor een groter deel dan nu het geval is schakelbaar zijn (=aan als het weinig waait/weinig zon is, uit als het sterk waait/veel zon is) en dergelijke centrales hebben een lager rendement dan continue centrales.  We gaan een mooie maar kostbare toekomst tegemoet. Voor mensen met een leuk inkomen uiteraard geen probleem.

Kijk realtime mee op http://livemegawatt.com/gemini/  en download de app op je  mobieltje!

IJs Groenland groeit nog steeds

Het is nu eind mei 2017 , en de groei van de massabalans van het Groenlandse ijs zit op de top.  De Groenlandse zomer heeft zich in het zuiden al aangekondigd.

Bron:  Deens Meteorologisch Instituut

Voor diegenen die rauw in het onderwerp vallen: lees eerst deel 1   en deel 2  over Groenland.

Op de grafiek is te zien dat de accumulatie van ijs sinds 1 september 2016 nog steeds ver boven het langjarig gemiddelde van 1981-2010 zit. Hij zit zelfs al maanden boven de lichtgrijze band, wat betekent dat de aangroei van sneeuw en ijs vanaf 1981 nog niet zo hoog is geweest.

De aangroei van het ijs sinds september ziet er ruimtelijk zo uit:

Bron:  Deens Meteorologisch Instituut

Met name de aangroei van het ijs in het zuiden van Groenland is dit jaar groter dan we gewend waren. Nu valt er in het zuiden altijd al veel meer sneeuw dan in het noorden vanwege de aanvoer van relatief vochtige maritieme lucht. Maar de zomer staat voor de deur, en dat betekent smelt.  Het eerste en het meeste uiteraard in het zuiden. Dat is al een beetje begonnen:

Bron:  Deens Meteorologisch Instituut

Op de kaartjes is te zien waar in Groenland op 23 en 24 mei 2017 smelt heeft plaats gevonden. De grafiek rechts toont dat smelt optreedt vanaf begin mei.  De slingerbeweging van de blauwe lijn toont de invloed van de windrichting bij dit proces. Vanaf 1 september 2017 begint dan weer het nieuwe meetjaar. Het smelten stopt begin oktober.  Ik ben benieuwd hoe de zomer er gaat uit zien.

Windenergie nader verklaard

Kees de Lange interviewt Fred Udo over windenergie. Kees de Lange studeerde wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde en was o.a. hoogleraar aan de Vrije Universiteit en de UvA. Hij interviewt natuurkundige dr. Fred Udo, deskundig op het gebied van energie, in het bijzonder windenergie. De oorspronkelijke video is van YouTube verwijderd door Omroep PIM (Publieke Innovatieve Mediadienst), maar een vergelijkbaar interview heeft plaatsgevonden in Cafe Weltschmerz:

 

Sceptische journalisten

Gisteren schreef politiek commentator Martin Sommer van de Volkskrant een raak stuk over wat klimaatactivist Jan Paul van Soest de ‘twijfelbrigade’ noemt. Van Soest schreef nare dingen over wetenschapsjournalist Marcel Crok omdat hij een klimaatscepticus is. Sommer stelt dat een journalist die niet sceptisch is een ander vak moet gaan zoeken. Dan wordt het rustig op de burelen van de Nederlandse kranten vrees ik. Ik heb het betreffende onderdeel voor u uitgeknipt. Het hele artikel vind u op de site van de Volkskrant.

Milanković revisited

 

Bron: Sime et al 2009

Kort geleden hebben Tzedakis et al met hun publicatie in Nature een waardevolle  toevoeging gedaan aan de theorie van de Milanković uit 1941. Die astronomische theorie geeft een verklaring voor de afwisseling van glacialen en interglacialen gedurende het Pleistoceen. In bovenstaande grafiek is een reconstructie te zien die Sime et al gemaakt hebben van de temperatuur op basis van de proxies Deuterium en 18O in 3 ijskernen. Het heden (0 jaar BP) is links in de grafiek. Te zien is dat glacialen ongeveer 100.000 jaar duren en afgewisseld worden door kortstondige warme periodes, interglacialen. Die 100.000  jaar is de lengte van de glacialen gedurende de afgelopen 1 miljoen jaar; in de eerste 1,6 miljoen jaar van het Pleistoceen duurden de glacialen aanmerkelijk korter, ongeveer 41.000 jaar. Die laatste periodiciteit komt overeen met de theorie van Milanković.

 

 

 

 

Lees verder